geschiedenis kasteel

Een levende geschiedenis in een levendig dorp

 

De Duitse Orde werd ergens tussen 1190 en 1198 gesticht in de overgang van de 2e naar de 3e kruistocht, in Akko, de havenplaats bij Jeruzalem. Daarbij aanwezig of in de buurt was Rutger van Gemert, de heer van het dorp Gemert. Hij was meegegaan met de kruisridders, werd lid van de nieuwe ridderorde, en zo kwamen zijn bezittingen in handen van de Duitse Orde. Niet dat de Gemertse familie van Rutger zich daar onmiddellijk bij neerlegde – Gemert bleef zodoende anderhalve eeuw een twee-heerlijkheid – maar in 1366 arbitreerde de hertog van Brabant en oordeelde dat Gemert van de Duitse Orde was. De Teutonen konden er een kasteel en later een kerk gaan bouwen…

 

De angst om de status van vrije, soevereine heerlijkheid te verliezen zit dus al eeuwen in het Gemerts bloed. Misschien al wel sinds 1391. Toen kreeg de landcommandeur van de Duitse Orde goedkeuring van de hertogin van Brabant om in Gemert een kasteel te bouwen, op voorwaarde dat de hertogen van Brabant daar altijd welkom zouden zijn. Dat werd in latere discussies over de aparte status van Gemert door de ontkenners van de Gemertse soevereiniteitsrechten wel eens als argument gebruikt.

Ook in 1512, in de tijd van de Gelderse oorlogen, waren de Gemertenaren zeer beducht dat ze het voorrecht “in vrijheid te zitten en geen oorlog te ondervinden” zouden verliezen. Dat voorrecht, zo stelden zij, was hun verleend door de paus, de hertog van Brabant, de hertog van Gelre “en meer goede heren”. Ruim vijftig jaar later werd een oud-Gemertenaar, Gerard Fabri, benoemd tot pensionaris van den platten landen’ der Meierij van Den Bosch. Hij kwam speciaal naar Gemert terug om daar aan de schepenen, gezworenen en nageburen te beloven hen niet tot contributie of mede-onderhoud van de Meierij te dwingen, maar het dorp paeijselick’ en in vrede in zijn privileges te laten. Pais en vree, al millennia begeerd, maar zo zelden een feit. Nu ja, de Duitse Orde híélp wel. De uitstraling van die machtige ridderorde bood een zekere mate van bescherming. Laten we in ruil voor die protectie vaststellen dat de Duitse Orde niets met Duitsland heeft te maken. Immers, toen in 1871 de Duitse staat werd gesticht, was de Duitse Orde al ruim 650 jaar oud. Nederland was altijd Neder-Duits. De taal: Neder-Duits. De scholen: Neder-Duits. Neder-Duits werd ook wel aangeduid als “Diets”. De Engelsen begrijpen het beter; zij noemen ons nog steeds “the Dutch”.

 

De Vrede van Münster in 1648 maakte een einde aan de tachtigjarige vrijheidsstrijd tegen de opeenvolgende koningen van Spanje en bezegelde de geboorte van de zelfstandige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Dat door de vrede de situatie werd bekrachtigd – ontstaan bij de val van Den Bosch in 1629 – dat Brabant nu Staats-Brabant werd, leek voor Gemert geen gevolgen te hebben. De neutraliteit van deze vrije, soevereine heerlijkheid werd immers door de Hoogmogende Heren der Staten-Generaal erkend. Gemert was en bleef een vrijstaat! Maar, net in deze tijd kreeg commandeur Van Hoensbroek ruzie met zijn superieuren. Toen een klacht bij de grootmeester niet hielp, wendde de boze commandeur zich tot de Staten-Generaal. De Haagse heren zagen in Van Hoensbroek het breekijzer dat zij zochten om de status aparte van Gemert open te wrikken.

De (ex-)commandeur kreeg 500 ruiters en soldaten mee om Gemert weer in bezit te nemen. Al snel daarna werd in Gemert afgekondigd dat alle priesters en kloosterlingen werden verbannen en dat de kerk werd gesloten en overgedragen diende te worden aan de gereformeerden.

 

De vestiging van het protestantse geloof in Gemert, dáár wilde de Gemertse bevolking niet aan. Predikanten dreigden van gesaboteerde preekstoelen te vallen of werden in hun preek overstemd door heftig klokgelui. Daar stond tegenover dat de katholieke eredienst slechts gehouden kon worden in een schuurkerk net over de Gemertse grens, op Boekels grondgebied, tussen Esdonk en de Mutshoek. Dat leidde tot het zogenoemde soevereiniteitsproces, waarbij niet de minsten, zoals de Duitse keizer en de Spaanse koning, pleitten voor de Gemertse zaak. Bij het verdrag van 14 juni 1662 werd de soevereiniteit van de Duitse Orde over Gemert door de Staten-Generaal erkend. Dat gebeurde wel onder dure voorwaarden, zoals de betaling van een som gelds van 40.000 gulden én het huisvesten van een gereformeerde kerk en gereformeerde school, op kosten van de gemeente.

De status aparte kreeg door dit verdrag vooral gestalte in de vrijheid van godsdienst die in Gemert gekoesterd kon worden. Dat zowel de protestantse als de katholieke godsdienst waren toegestaan en in zo’n klein plaatsje toch redelijk vreedzaam naast elkaar bestonden, mag uniek worden genoemd.

 

De “Kommanderij Gemert” ging op de oude voet verder. Pas met de komst van de Franse revolutionaire soldaten, in september 1794, kwam er een einde aan de status aparte, gevormd en onderhouden door de Duitse Orde. In 1809 hief Napoleon de Duitse Orde op, althans in de landen waar hij zeggenschap had.

Heemkunde kring Gemert. Uit hun archief. Klik hier

Erfgoed wiki. Klik hier

http://www.heemkundekringgemert.nl/images/gemertsheem/pdf/Gemerts%20Heem%201995%20-%204%20Kasteel%20Gemert.pdf

http://www.erfgoedgeowiki.nl/index.php?title=Vorstendom_Gemert&action=history